HOMEPAGE         geef je op voor nieuws per e-mail door een mail te sturen aan

Nieuws en nieuwtjes

NEW ALIEN PLANTS IN AMSTERDAM Ton Denters, 2016

De flora van het Stenen Hoofd, 2016.

Artikel van Ton Denters over de flora van het Stenen Hoofd uit uit Tussen Duin en Dijk

MUURFLORA STENEN HOOFD IN THE PICTURE!!!    door Ton Denters, oktober 2015
De bescherming van muurplanten in Amsterdam heeft zijn ups & downs, maar het gaat per saldo de goede kant op. Een groot succes is het Stenen Hoofd, de verticale delen met muurflora werden al eerder in de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam opgenomen (met deze status is ook de bescherming goed geregeld). Eind 2015 is er een fraai bord geplaatst met informatie over de unieke muurflora van het Stenen Hoofd.... Dat bord is wat mij betreft een prachtige bekroning van waarvoor wij als muurplantenwerkgroep hebben geijverd. In 1997 schreef ik over passende bescherming, nu is dat het geval! En dat is iets waar we met elkaar trots op kunnen zijn!

Nieuwe urbane planten in Amsterdam, Door Ton Denters, 2015.

AMSTERDAMSE NIEUWKOMERS en wanneer ze zijn aangetroffen. Door Ton Denters, 2013.

Bijzondere vondsten Amsterdam 2010-2012

Verslag OFG-excursie Amsterdam, 2-9-2012

Boekje De Nieuwe Amsterdammers

Kennissysteem muurplanten Amsterdam

Varens Stenen Hoofd bedreigd. Brief aan het stadsdeel en artikel nieuwsbrief Varenvereniging

Verslag onderzoeksweekend De Nieuwe Amsterdammers

Vroege Vogels over onderzoeksweekend 15-17 juli

Het rapport over het voorkomen en herkenning van kool- en raapzaad, waar velen aan
meegewerkt hebben, openbaar is geworden op de website van de COGEM.

Epifyt in Amsterdamse Iep

Werk- en Adviesgroep Muurplanten Noord-Holland

In Amsterdam bevinden zich tal van monumentale iepen. De meeste van deze iepen, ouder dan 60 jaar, bieden niet alleen een groeiplaats aan mossen en korstmossen, maar ook aan Gewone eikvaren. Gewone eikvaren is sinds oudsher bekend om zijn epifytische gedrag op bomen. Een epifyt is een plant die op andere planten, struiken of bomen groeit. De meeste flora’s vermelden dat Eikvaren bij voorkeur op boomvoeten in bossen en in de kruinen van wilgen voorkomt. Maar al sinds 2004 zijn een aantal groeiplaatsen van Eikvarens in iepen bekend bij varen- en boomliefhebbers in Amsterdam. Meestal werden deze waarnemingen als toevallig genoteerd en weggestopt in privé-archieven. Er bleek nog geen systematisch onderzoek te zijn gedaan naar het voorkomen van Gewone eikvaren op iepen, noch in Amsterdam, noch in Nederland.
Begin 2010 besloot de Werk- en Adviesgroep Muurplanten het voorkomen van Gewone eikvaren in Ulmus (Iep) cultivars in Amsterdam te inventariseren. Van 15 maart t/m 1 april 2010 zijn alle monumentale iepen in de Amsterdamse binnenstad geïnventariseerd op Gewone eikvaren. De vele binnentuinen die Amsterdam rijk is, konden helaas niet in het onderzoek mee worden genomen. Buiten de binnenstad van Amsterdam, in stadsdeel Noord en stadsdeel West, zijn ook enkele iepen met Gewone eikvaren aangetroffen. In totaal werden er in 12 kilometerhokken 64 iepen met 179 eikvarens waargenomen, 87% van deze iepen stonden langs de grachtenkanten.
Deze grote hoeveelheid iepen met Gewone eikvaren kwam als een verrassing bij de dienst Ruimtelijke Ordening afdeling Natuur. Dat Gewone eikvaren voorkomt in iepen wisten ze wel, maar niet in deze aantallen. Vooral de afname van het aantal zwaveldioxidedeeltjes (SO2) in de lucht zou wel eens verantwoordelijk kunnen zijn voor de hoeveelheid Gewone Eikvaren. Tot aan het eind van de jaren tachtig was de hoeveelheid SO2 in de lucht nog zeer hoog. Door de sterke verzuring door SO2 deeltjes kregen de kiemplantjes van eikvaren geen kans in de iepen. Er zou een oorzakelijk verband kunnen zijn tussen de verminderde depositie van SO2 deeltjes sinds halverwege de jaren negentig, en het aantreffen van grote aantallen exemplaren van Gewone eikvaren in de Amsterdamse iepen. Mogelijk neemt niet alleen het aantal varens in iepen toe, maar ook de verschillende soorten korstmossen en mossen op bomen. Wellicht is er sprake van een zich herstellend oud ecosysteem in bomen.
De bevindingen in dit rapport roepen dan ook op tot een landelijk onderzoek om te inventariseren of er sprake is van een landelijk verschijnsel of alleen een Amsterdamse. Waarnemingen kunnen worden gemeld bij:
Valentijn ten Hoopen, mei 2010, Amsterdam
Voorzitter Werk en Adviesgroep Muurplanten Noord-Holland

Stenen Hoofd, met schubvarens: BINNENKORT IN HOOFDGROENSTRUCTUUR!

Het Stenen Hoofd in Amsterdam is een begrip. Het is een landtong in het IJ met varenrijke kademuren, waarop de grootste populatie van Schubvaren in Nederland huist (thans ruim 250 planten)! Vanwege de hoge natuurwaarden is het voornemen van de gemeente Amsterdam om deze landtong in de Amsterdamse Hoofdgroenstructuur op te nemen. Floron en de Werk- en adviesgroep muurplanten ondersteunen dit voornemen (zie bijgaande brief). Komende periode worden de kademuren -waar nodig- muurplantvriendelijk hersteld. Om te zorgen dat het herstelwerk goed verloopt gaat de Werk- en adviesgroep muurplanten de kademuren opnieuw nauwkeurig inventariseren, waarbij naastv muurplanten ook de (korst)mossen in kaart worden gebracht.
 
Voor nadere info: Ton Denters


Artikel Parool 17-3-2010 over de muurplantenwerkgroep

Rapport Muurplanten in Amsterdam 2009


Varens verhinderen verkoop vrachtwagens Defensie, NOS 7-03-2009

Meer dan 150 vrachtwagens staan vast op de parkeerplaats van legercomplex Kamp Soesterberg, omdat er een aantal beschermde varens onder de trucks groeien. Het gaat om blaasvarens, steenbreekvarens en tongvarens.

Staatssecretaris Jack de Vries beklaagt zich erover op zijn weblog. "U begrijpt dat ik dit met mijn collega van Landbouw, minister Verburg, ga bespreken tijdens een kopje koffie."

Zot
De Vries noemt het van de zotte dat de 155 DAFs niet verplaatst mogen worden. "Het is extra vervelend dat we de vrachtwagens nu niet kunnen verkopen en dus inkomsten mislopen."

De staatssecretaris laat er geen gras over groeien. De kop van zijn blog is: 'Dit land is gek!' De Vries schetst het dilemma tussen duurzaamheid en Defensie. "We willen een belangrijke bijdrage leveren aan natuur en milieu, maar het moet wel in evenwicht blijven met de taken van Defensie."

Het parkeerterrein van Kamp Soesterberg is 23.100 vierkante meter groot. Het is nog niet bekend wat er nu met de stilstaande vrachtwagens gaat gebeuren.


Brief aan de fracties van stadsdeel Centrum over het vernietigen van de wilde pracht op de stoepen met Roundup
Paul van Deursen, juli 2008

Kijk uit naar Vroeg havikskruid
Hieracium glaucinum subsp. similatum Jord. ex Boreau
Ton Denters & Rense Haveman

In 2006 is in Amsterdam een 'muurhavikskruid' ontdekt dat blijkt te behoren tot glaucinum subsp. similatum Jord. ex Boreau. Uit Nederland was Hieracium glaucinum Jord. al wel bekend (Zuid-Limburg, Nijmegen, hoge randen rivierdalen), maar niet deze ondersoort. Het wonderlijke is dat subsp. similatum in Amsterdam in korte tijd op verschillende plekken is gevonden. In 2006 is dit taxon op vijf locaties verzameld en in 2007 op nog eens drie locaties. Daarnaast is de soort in 2006 ook in Haarlem opgemerkt. Alle groeiplaatsen herbergen enkele tot tientallen exemplaren, die opvallend vroeg in bloei komen (al eind april). Inmiddels is duidelijk dat een eerdere vondst van een plant aan de Amsterdamse Haarlemmerstraat (Gorteria 25 (1999): pag. 126) ook dit taxon betreft. De planten groeien vooral op stenige plaatsen, in het bijzonder langs gevelmuren en op en rond walmuren, maar ook in hegranden. Hoe de soort in Amsterdam en Haarlem terecht is gekomen is onduidelijk, maar het is onwaarschijnlijk dat het hier garden-escapes betreft; op geen van de locaties zijn daar aanwijzingen voor. Het areaal van Vroeg havikskruid is beperkt tot West-Europa en het zwaartepunt ligt in Frankrijk. Verder is de soort bekend van Zwitserland en groeit het in het westen van Duitsland tot in Westfalen. In België is Vroeg havikskruid onlangs ook voor het eerst in Kortrijk vastgesteld (2004). Daar staat de plant talrijk op kaaimuren aan de Leie.
Van nieuwe vondsten horen we graag; zorg wel voor volledig materiaal, zodat deze lastige soort kan worden gecontroleerd. De soort is te herkennen aan de blauwgroene, meestal gevlekte, duidelijk getande rozetbladeren met hartvormige voet, 1 of hooguit 2 stengelbladeren, hoofdjesstelen min of meer behaard en beklierd en het omwindsel dat lange haren draagt, die talrijker zijn dan de klieren.
Waarnemingen en opmerkingen graag doorgeven aan

Foto's: Ton Denters
Zie voor meer illustraties: www.kuleuven-kortrijk.be/bioweb en www.wilde-planten.nl (K.M.Dijkstra).

Vondsten Amsterdam
1998

121-488 (Zeeheldenbuurt; Haarlemmerstraat)
2006
120-485 (Oudzuid; Hobbemakade),
120-486 (Jordaan; Passeerdersgracht),
119-488 (Staatsliedenbuurt; Van Hogendorpstraat)
122-488 (Noord; Buiksloterweg)
123-486 (Dapperbuurt; Commelinstraat)
2007
120-485 (De Pijp; Ruysdaelkade)
120-488 2x (Jordaan; Lijnbaansgracht/ Singelgracht)

Vondsten Haarlem
2006

104-488 (Amsterdamse Buurt; Koolsteeg)


Vleesetende plant Saracenia Purpurea met zaailingen en in bloei

De inventarisatiegroep van Ger van Zanen komt regelmatig in de oeverlandjes van De Poel (Bovenkerk). Vorig jaar ontdekten ze dat een Saracenia Purpurea zaailingen had geproduceerd: 3 (in 2 verschillende formaten) op hetzelfde veldje, 2 elders. Op 3 juli 2006 zagen ze dat niet alleen de moederplant bloeide - dat was nog niet eerder opgemerkt - maar ook de oudste zaailing op dat veld. Bijgesloten 2 foto's: 1 van de bloem van de moederplant (links), en 1 van de bloeiende zaailing in haar geheel (rechts). Klik op de foto voor een vergroting. Wat ook erg opviel, was dat de zonnedauw uitbundig stond te bloeien. Het hele gebied is door de verhoging van de waterstand veel gezonder en daardoor mooier te worden. Maar er mag niet buiten de paden gelopen worden, wat de zonnedauw maar op 1 plaats bereikbaar maakt: diep in het gebied bij een bank met uitzicht op Amstelveen aan de overkant van De Poel.

Cora Bruin


Bezoek aan de toekomst van de Nederlandse stadsplanten

excursieverslag Intratuin, 1 april 2006


Nieuwe muurplant in Nederland

Artikel over Halsbloem door Ton Denters in Gorteria 31 (2005/2006)


de Volkskrant, vrijdag 23 december, 2005
Passagiershal funest voor flora op kade

Zeldzame planten zoals tongvaren, steenbreekvaren en zwartsteel aan de oude kademuren in het oostelijk havengebied in Amsterdam gaan verloren door de aanleg van de passagiersterminal voor cruiseschepen. Donderdag nam de algemene inspectie dienst (AID) poolshoogte. Dit kan leiden tot een eis om het werk stil te leggen. De AID kwam in actie op verzoek van de Vereniging Bescherming Muurplanten Amsterdam. Woordvoerder Ton Denters stelt dat de gemeentelijke Havendienst geen rekening heeft gehouden met de beschermde planten. ‘Het gaat om een vrij unieke collectie. De oude muren zijn met kalkmortel bestreken en daarop wil veel groeien. Het is een rijke, afwisselende muurflora, van een omvang en maat die we elders in Nederland niet meer kennen’, zegt Denters. De Havendienst - geschrokken van de protesten - heeft bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) alsnog een ontheffing gevraagd. Zo’n vergunning is nodig als gebouwd wordt op plaatsen met zeldzame en beschermde planten en dieren.

Brief van de het Ministerie van LNV aan de Haven Amsterdam


Herfst: Fijnstralen tijd
Eind september is een goede tijd om de nieuwe fijnstralen te vinden: Hoge fijnstraal en Gevlamde fijnstraal. De Hoge fijnstraal is inmiddels ingeburgerd in Amsterdam. De Gevlamde fijnstraal is een paar keer gevonden, zie Bijzondere vondsten 2003-2004. Op 24 september vond ik de eerste Gevlamde fijnstraal in Amsterdam-Noord, op een bedrijfsverzamelterrein aan de Zamenhofstraat, tijdens de Open-atelierdagen Noordwaarts. Ik heb een stuk gescand, samen met de Canadese fijnstraal (rechts) om goed het verschil te laten zien. De Canadese fijnstraal is al aardig uitgebloeid op dit moment, terwijl de Gevlamde nog volop bloeit. De Gevlamde is veel donkerder van kleur, hariger en heeft grotere bloemhoofdjes, met rood aangelopen kelkblaadjes. Klik op het plaatje voor een vergroting.
Claud Biemans

Bijzondere vondsten 2003-2004
Nieuwtjes 29 juli 2004

FLORON GROOT-AMSTERDAM KRIJGT DE AMSTERDAMSE NATUUR- EN MILIEUPRIJS

Duco Stadig reikt de prijs uit aan Ton Denters

Op 14 februari 2004 ontving FLORON district Groot-Amsterdam uit handen van wethouder Stadig de Amsterdamse Natuur- en Milieuprijs. Wethouder Stadig (Ruimtelijke Ordening) verving wethouder Maij (Milieu en Openbare Ruimte). Ton Denters nam als oud-districtscoördinator op zijn beurt de plaats in van Norbert Daemen namens district 14 Groot-Amsterdam. De Amsterdamse Natuur- en Milieuprijs is ook uitgereikt aan de Gierzwaluwwerkgroep Amsterdam (Gerard Schuitemaker), KNNV, afdeling Amsterdam (Ger van Zanen) en de Vogelwerkgroep Amsterdam (Jip Louwe-Kooijmans).
De Amsterdamse Natuur- en Milieuprijs is een prijs voor de persoon of de groep, die zich in de afgelopen jaren op een bijzondere manier heeft ingezet voor het openbaar groen of de natuur of het milieu van Amsterdam. Het is een waarderingsprijs. In zijn speech hield de wethouder de aanwezigen voor dat het belangrijk is dat de stad natuurbeleid ontwikkelt en beschikt over recente informatie over de natuurkwaliteit van Amsterdam.
De natuurkwaliteit is verwerkt in de Toestand van de Natuur- en de Natuurwaardenkaart. Er is er een werkwijze ontwikkeld voor het toetsen van natuurwaarden bij het plannen en uitvoeren van gemeentelijke projecten. Deze werkwijze is vastgelegd in de brochure Flora- en faunawet en ruimtelijke planvorming.
De stadsnatuur wordt al ruim 15 jaar intensief geïnventariseerd en in kaart gebracht. Dit gebeurt op grote schaal en drijft voor een belangrijk deel op de activiteiten van vrijwilligers. Amsterdam heeft natuurinventariserende organisaties op het gebied van vogels, paddestoelen, wilde planten, amfibieën, reptielen, slakken, vissen, zoogdieren en insecten.
Floron draagt met het inventariseren van de wilde planten en in het bijzonder de muurvegetaties bij aan het in kaart brengen van kwetsbare stadsnatuur. Zo dragen alle vrijwilligers bij tot behoud van de natuur in de stad. Bij zorgvuldig geplande stadsuitbreiding en restauratie kunnen dan compenserende en mitigerende (verzachtende [red.]) maatregelen worden genomen. Stadsnatuur is echter meer dan de som van kwetsbare natuur en zeldzame soorten. Ook de "gewone" natuur is in de stad belangrijk voor de stadbewoners. De best ontwikkelde natuur ligt vaak op plaatsen waar oude resten van het voormalige landschap zijn bewaard of waar het stadsgroen zich gedurende een lange periode heeft kunnen ontwikkelen. Denk daarbij aan stukjes als de Vrije Geer, het veenweidegebied in de Watergraafsmeer, oude volkstuincomplexen, kerkhoven en de oude stadparken.
De nieuwe Flora- en faunawet verplicht de gemeente Amsterdam als initiatiefnemer van ruimtelijke ingrepen om op de hoogte te zijn van de actuele verspreiding van beschermde planten en dieren in het plangebied. Het belang van de organisaties die inventarisatiegegevens aanleveren is daarmee nog groter geworden! De natuurinventarisatie en gegevensverzameling van de gemeente drijft voor een belangrijk deel op de activiteiten van de natuurinventariserende organisaties; zij zijn de ogen en de oren van de stad. Vanwege het grote belang voor de gemeente, heeft de wethouder daarom besloten om de Amsterdamse Natuur- en Milieuprijs 2004 aan een viertal natuurinventariserende verenigingen uit te reiken.

Boete voor het verwijderen van beschermde planten

De AID-inspekteur belde mij met de mededeling dat de rechtbank zowel een boete van fl. 1000,- heeft opgelegd aan de aannemer en aan diens opdrachtgever wegens het verwijderen op de muur en voor de muur van de wettelijk beschermde Gele helmbloemen, terwijl een jaar ervoor duidelijk afgesproken was deze te sparen bij de restauratie van de Oranjekerk. Er stonden hekjes voor en zelfs een groot bord: Beschermde planten. Afblijven!
De inspecteur stond open voor nog meer mogelijke overtredingen, zo zei hij. In december 1999 was een gemeente al veroordeeld tot een boete van fl. 5000,- wegens het verwijderen van wettelijk bestemde Steenbreekvarens op een kademuur.

A.I.D. (Algemene Inspectie Dienst) controle inheemse flora, afdeling Noord west: telefoon 030 - 6692669.

Paul van den Boogaard, 6 april 2000



Kranswieren uit Amsterdam

Als het lente wordt dan stuur ik je kranswieren uit Amsterdam. Wie kent dat liedje niet? Ik haal dit aan om Floron-mensen op te roepen om de kranswieren die ze in het veld tegen komen, op te sturen naar het Landelijk Informatiecentrum voor Kranswieren (LIK). En niet alleen in de lente, want kranswieren kun je het hele jaar door aantreffen. Ze komen zeker voor in Amsterdam en omstreken, sla daar maar de in 1998 verschenen Flora-atlas van de regio Amsterdam op na (Denters & Vreeken, 1998). De daarin vermelde kranswiervondsten zijn grotendeels afkomstig van het LIK. Ook in de toekomst willen we het verspreidingsbeeld van de Amsterdamse kranswieren actueel houden, en daar kunnen jullie ons bij helpen. Hieronder volgen een aantal tips voor het verzamelen en bewaren van kranswieren.
Verzamel hele planten, met jonge toppen en (rijpe) voortplantingsstructuren. Een tuinhark met steel of een dubbele tuinhark aan een touw zijn handig. Voor de échte professional heeft de Japanner Satake een speciaal dregapparaat ontwikkeld, de Satakroon (Satake, 1987). Kweek materiaal op in een lichte omgeving indien er geen jonge toppen aanwezig zijn. Gebruik hiervoor standplaats- of kraanwater. Voeg er, om het helemaal af te maken, watervlooien (Daphnia) aan toe opdat het water langer helder blijft.
Conserveer kranswieren in alcohol (70%), in spiritus of in formaline (4%). Het nadeel van alcohol en spiritus is dat de planten hun kleur en, eventueel aanwezige, mucuslaag om de oögonia verliezen (je hebt dan een determinatiekenmerk minder). Het voordeel van formaline is dat bovenstaande niet gebeurt. Een nadeel van formaline is dat de stof duur en kankerverwekkend is. Tussen herbariumvellen kunnen kranswieren ook droog bewaard worden; ze zijn dan echter wel zeer breekbaar. Indien men gedroogde kranswieren wilt bekijken, kan men deze het beste een paar minuten opkoken in water waaraan wat zeepsop is toegediend.
Vondstmeldingen gaan altijd gepaard met herbariummateriaal. Potjes van 50-100 ml voldoen goed. Doe etiketten met potlood of water- en alcoholvaste inkt beschreven in de potjes. Het Rijksherbarium en het LIK bewaren dergelijk materiaal.
Laat determinaties (vooral in het begin) altijd controleren. Het LIK doet dat graag. Hiervoor volgt het adres: Landelijk Informatiecentrum voor Kranswieren, Vrije Universiteit, p/a Vakgroep Systeemoecologie, De Boelelaan 1087, 1081 HV Amsterdam, tel. 020-4447045, fax 020-4447123.
Het is ook mogelijk om materiaal levend op te sturen. Doe hiertoe een plukje met afhangend water in een boterhamzakje en sluit dit goed af. Het blijft dan een dag of 4-5 goed. Stuur het op in een envelop met schokdempend materiaal.

Referenties
DENTERS, T. & B. VREEKEN, 1998. Flora-atlas van de regio Amsterdam. Provincie Noord-Holland, Haarlem. ISBN 90-5769-005-5.
SATAKE, K., 1987. A small dredge for sampling aquatic macrophytes. Hydrobiologia 150(2), 141-142. Emile Nat


Verslag voorjaar 2000